Kanaga

Holistisch helen

Geschiedenis
Dosering
Werkingsgebied
Deficiëntie
Toxiciteit
  Bronnen
Weetjes
 

In 1934 beschreef de Hongaar Albert Szent Gyorgy voor het eerst dat een gebrek aan een nog onbekende stof verantwoordelijk moest zijn voor het uitbreken van huidontstekingen en kaalheid bij ratten. In 1938 werd pyridoxine (vitamine B6) door Lepkovsky geïsoleerd en Kuhn en Harris konden B6 in 1939 synthetiseren.

 

Er worden steeds meer deficiëntieverschijnselen gevonden als gevolg van een B6 tekort. Dit mede doordat B6-antagonisten zoals de pil, alcohol, eiwit, sommige kleurstoffen en medicijnen zoals dopamine, penicillamine en hydralazine een tekort in de hand helpen.

 

Dosering:

  • ADH 2 mg per dag;
  • Maximaal  veilige hoeveelheid 30 mg per dag;
  • Orthomoleculaire dosering tot 10 - 30 mg per dag.

Vitamine B6 is betrokken bij de eiwitstofwisseling en is daarmee belangrijk voor de vorming van enzymen en hormonen. Tevens speelt het een belangrijke rol bij de aanmaak van rode bloedlichaampjes. Het stimuleert de opname van B12. Het is nodig bij de afbraak van glycogeen (suikeropslag in het lichaam). Dit gebeurt onder andere in de lever. Verder is het nodig bij de thymusfunctie => speelt dus een belangrijke rol bij het immuunsysteem.

 

Er zijn al veel deficiëntieverschijnselen bekend. Een aantal van deze verschijnselen zijn:

  • Rood schilverende huidveranderingen met name rond de neus, mond, ogen, tong en de plooien tussen de mond en neushoek;
  • Geen herinnering aan dromen;
  • Moeheid en initiatiefverlies;
  • Depressies en nervositeit;
  • Slapeloosheid;
  • Epilepsie, vooral bij kinderen;
  • Zenuwverlies;
  • Bloedarmoede.

Bij doseringen van B6 van meer dan 500 mg/dg over een langere periode is een neuropathie aangetoond. Waarschijnlijk door het toxische effect van pyridoxine op de zenuwschede. Bij suppletie van pyridoxaal 5-fosfaat is dit niet aangetoond.

 

  1. Aardappelen;
  2. Brood;
  3. Groente;
  4. Fruit;
  5. Vlees;
  6. Tarwekiemen;
  7. Lever;
  8. Kip;
  9. Haas;
  10. Gist;
  11. Pindakaas;
  12. Walnoten;
  13. Feta;
  14. Eend;
  15. Konijn;
  16. Tarwe;
  17. Witte bonen;
  18. Pinda's;
  19. Linzen;
  20. Bruine bonen;
  21. Bananen;
  22. Cashewnoten;
  23. Kalfsvlees;
  24. Kalkoen;
  25. Kapucijners;
  26. Spruitjes;
  27. Varkensvlees;
  28. Eierdooier;
  29. Prei;
  30. Rundvlees;
  31. Makreel;
  32. Ham;
  33. Haring.

Bij het suppleren van B6 moet in ieder geval ook voldoende foliumzuur en B12 genomen worden. Dit in verband met de samenwerking tussen (in principe) alle B-vitamines.

 

Bij vrouwen die de pil gebruiken en zwaar sporten kan gemakkelijk een B6 tekort optreden.

 

 

Bij depressies is er vaak een lage waarde van B6.

 

Tijdens de zwangerschap is het verstandig voldoende B6 binnen te krijgen. Dit naastVitamine B3 en Foliumzuur. Voor het opvangen van DNA schade spelen deze stoffen een belangrijke rol.

Een klinische toediening van 200 mg B6 kan bij kleine kinderen een epilepsie aanval doen stoppen. Denk daarbij vooral aan kinderen zonder belastende voorgeschiedenis.

 

 

Zoeken op de site